We zijn moe, maar zal dat iets veranderen?

We zijn moe

 

 

 

 

 

 

 

 

Na 5 jaar populisme en feestbeleid kwam na de verkiezingen de kater. Eenmaal ontnuchterd stond een groepje demonstranten op onder de naam “We zijn moe”. Moe van valse beloften? Was het niet Jopi Pengel die meer dan 40 jaar geleden liet zien hoe makkelijk je de verkiezingen in Suriname kon winnen enkel met grote woorden, charisma en gebruik van het ambtenarenapparaat als beloning voor getoonde loyaliteit?

We zijn niet moe, hooguit even teleurgesteld

Sindsdien verzucht iederereen, van de tuinman, schoonmoeder tot de minister, dat het zo niet verder kan. Immers zijn verlammende corruptie, een gigantisch inefficiënt en almaar uitdijend ambtenarenapparaat, verborgen werkloosheid, bureaucratie en een te kleine bonafide particuliere sector er het gevolg van.

Toch bewijst de kiezer elke keer weer dat het wel kan. De kiezer beloont immers elke politieke partij die percelen, olierijkdommen en goudstaven belooft met regeermacht. Waarom zou een regering zich dan ook iets van een klein groepje vermoeide burgers aantrekken?

Het alternatief bestaat uit maatregelen die gevestigde belangen ernstig bedreigen, zoals duizenden ambtenaren ontslaan, afstoten van overheidstaken, transparantie bevorderen, bijvoorbeeld door (het uitblijven van) overheidsbeslissingen te laten toetsen door de rechter en het bevorderen van een level playing field voor burgers en ondernemers.

Dat de gevestigde belangen groot zijn, mag geen twijfel over bestaan. Handelaren en bedrijven die van hun politieke connecties afhankelijk zijn, de goudsector die geen belasting afdraagt, ambtenaren die goed verdienen zonder ervoor te werken en politieke vriendjes wiens loyaliteit beloond wordt met topposities bij staatsbedrijven en ministeries. Waar zij vervolgens miljonair worden door opdrachten te gunnen aan hun eigen bedrijven of die van loyalisten.

Politiek ecosysteem, in stand gehouden door makkelijk geld

Verandering kan alleen komen door het ecosysteem van paternalisme en corruptie te doorbreken. Dit ecosysteem kun je het best beschrijven als een rivier die door een verder droog landschap stroomt. De rivier staat voor makkelijk geld uit de bron van grondstoffenwinning.

Waarom makkelijk geld? Omdat de grondstoffen er eenmaal liggen. Het enige wat nodig is, is ze laten opgraven, op de boot zetten en de rivier begint te stromen. De politiek hoeft helemaal geen beleid te voeren om de rest van de economie te ontwikkelen, de rivier voorziet in alles.

Het voordeel is dat de politiek de geldstroom beheerst, de ultieme machtsbron. Wie ook geld wil hebben, moet loyaal zijn. Werkgelegenheid creëer je door de beroepsbevolking ambtenaar te maken. Het systeem wordt dus in stand gehouden door degenen die er belang bij hebben. Dat zijn er velen.

Problemen ontstaan wanneer de rivier tijdelijk opdroogt, op de seizoensfluctuaties van grondstoffenprijzen. Dan komt de zwakte van het systeem bloot te liggen. “Waarom ontwikkelt de regering niet andere productiesectoren voor ons?” klinkt het dan verontwaardigd in koor. Omdat de maatregelen die dit moeten bevorderen – zoals eerder gezegd – een rechtstreekse bedreiging zijn voor hun politieke machtsbasis. En voor iedereen die meedrinkt of dat hoopt te kunnen doen, ofwel een groot deel van de bevolking zelf. In troebel water is het goed vissen.

Wat dan wel?

Heel eenvoudig: wachten tot de rivier een keer permanent opdroogt, omdat de delfstoffen op zijn of de prijzen op de wereldmarkt te laag blijven om er nog van te leven. Dan zal veranderen wel moeten.

Een andere optie is inzien dat je als kiezer zelf moet veranderen en niet meer stemt op partijen die gouden bergen beloven, maar concrete maatregelen nemen die de afhankelijkheid van die rivier verminderen. En juist harde eisen stellen over het invoeren van die concrete maatregelen, daar hoor je buiten de borreltafel om niemand over, ook niet de groep vermoeide burgers onder aanvoering van de heer Hofwijks.

Wie moe is, moet rust nemen. Wie verandering wil, zal bij zichzelf moeten beginnen. Het klinkt als het intrappen van een open deur, maar het is wel zo.

Zo lang de verandering niet vanuit de samenleving zelf komt, is het wachten tot de rivier over een paar jaar vanzelf opdroogt. Dan zal Suriname pas echt onafhankelijk worden en zelf een gebalanceerde economie met werkende rechtsstaat moeten optuigen. Het zal een pijnlijk proces worden, maar gegeven de huidige weg die de samenleving bewandelt, een onvermijdelijke bestemming.

Post a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Los het sommetje op Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.

Top