That 2000 yard stare: nieuwe Chinezen van Suriname

nieuwe chinezen suriname

Chinezen en Suriname

Suriname maakt sinds de laatste 15 jaar kennis met de gevolgen van een nieuwe immigratiegolf van Chinezen. Op zich niets nieuws, zou je denken. Het land kent immers al meer dan honderd jaar Chinese immigratie. Aanvankelijk als contractarbeiders en later als vrije migranten, die na de totstandkoming van Communistisch China ervoor kozen in Suriname te blijven. Maar op zelfs deze“oude” Chinezen heeft de immigratie van de “nieuwe Chinezen”  een grote impact, omdat de nieuwe immigranten qua taal, immigratiemotief en regio van afkomst flink van hen verschillen.

Harder werken dan wie ook

De werkethiek van de “nieuwe” Chinezen kent geen grenzen. Zelfs de “oude” Surinaamse Chinezen klagen wel eens dat ze niet op kunnen tegen “die Chinezen”.  Inderdaad, de nieuwen hebben rechtstreekse connecties naar de fabrieken in China , die de ouden niet hebben. Heb je een winkelpand, landbouwgrond of een open terrein. Verhuur het aan een Chinees en doe zelf maar geen moeite meer. Ook de Hindoestanen, die bekend staan als ijverige landbouwers, verhuren nu delen van hun grond. Chinezen die overdag elders hebben gewerkt, verbouwen ’s avonds na hun werk met mijnwerkerslampen aan hun hoofd groente, slapen een paar uur en verkopen het zondag op de Chinese markt. De Hindoestaanse landbouwer die ons dit op de Chinese markt vertelde, zag mijn mond open zakken van ongeloof en nodigde ons uit om te komen kijken en foto’s te maken als wij dat wilden.

Je bent in Paramaribo nooit hemelsbreed 500 verder dan meter van een Chinese supermarkt. Ze zijn 7 dagen per week open, bijna 24 uur per dag. Ze verkopen zo ongeveer alles onder de zon tegen prijzen waar niemand tegen op kan. Hoe verder je van de bebouwde kom rijdt, hoe groter ze worden. Ze staan zelfs in de binnenlanden, zoals Atjoni  en Brownsweg.

Traumatische ervaringen

Atjoni is een dorpje aan de Surinamerivier, 2,5 uur rijden van Paramaribo, boven het stuwmeer. Het is er bloedheet en er is helemaal niets te doen, behalve  geld verdienen. Het is namelijk het vertrekpunt voor boten naar de Marrondorpen verder de rivier op en vervult dus de rol van handelspost. En jawel, er staat een Chinese winkel met ernaast een bar.

In die winkel heb ik de eerste  “2000-yard stare” onder de Chinezen gezien. Bij een magere man van eind 40, begin 50, die wezenloos voor zich uitstaarde op een manier die Tom Lea,  oorlogscorrespondent in 1944, heeft vereeuwigd in zijn gelijknamige schilderij (zie afbeelding).  Het verschil was dat deze man niet weken lang op een godvergeten tropisch eiland tussen de kogels, explosies, rottende lijken, zelfmoordaanvallen en dode vrienden Japanse soldaten uit  rotsspleten heeft moeten peuteren, maar dat hij stond in een winkel in Atjoni .

Uit een dorp in China komen en zeven dagen per week blootgesteld worden aan een enorme vochtige junglehitte, keiharde reggaemuziek en het gebrul van aangeschoten kerels uit de bar, sommigen van hen ietwat bedenkelijke types en constante intimidatie in de winkel , heeft kennelijk op sommigen hetzelfde effect als een veldslag.  Zo kan dezelfde reus van een marron die in keurig beleefd Nederlands aan mij vraagt: “pardon meneer, mag ik even langs?”  een minuut later zichtbaar genieten van het uitproberen waar bij de Chinezen achter de toonbank  het breekpunt ligt. In het Surinaams: “geef mij een sigaret! Te duur, ik betaal niet zoveel! Ik neem dan je aansteker mee! Dat vind je vast niet erg, toch?!”. Dag in, dag uit. Ik heb nergens in Suriname Chinezen gezien, die fysiek en geestelijk zo gesloopt waren als in Atjoni.

Een ongemakkelijke relatie

Ook elders gaat het er soms zo aan toe, zoals aan de Indira Ghandi Highway. Tussenstop  van een truck met goudzoekers  voor bevoorrading: “waar is het brood! Wat is dit! Waarom is dit zo duur! Bah! He, hier komen! Til die zak op mijn rug! Vooral de jongere marrons die in de goudvelden werken, zien de Chinese winkelier kennelijk als een noodzakelijk kwaad. En hij hun waarschijnlijk ook.

Ik heb “that 2000-yard stare” later vaker bij de nieuwe Chinezen gezien. Veel Surinamers doen namelijk in het algemeen qua ruwheid naar de Chinese winkeliers niet veel onder voor de goudwerkers, maar missen wel het fysiek intimiderende.  Misschien staat er daarom in de stad bij de deur van de winkel vaker een Chinees in korte broek en ontbloot bovenlijf klaar, klaarblijkelijk met de bedoeling elke winkeldief op een potje Turks worstelen te trakteren.  Behalve in Atjoni. Daar komen ze niet van achter hun tralies vandaan; ze weten ook wel dat elke worstelpartij al is beslist voor hij is begonnen.

Desondanks blijven de Chinezen zich beheersen, want er valt geld te verdienen, nota bene aan hun plaaggeesten. En gelukkig proberen sommige Chinezen tussen de strijd door wat te ontspannen, zoals de man van de carwash, die tussen de auto’s door even naast mijn broer kwam zitten, die onder het wachten bezig was met zijn i-Pad. “Faaw, faaw?” Huh? “Hij vraagt of er vrouwen op zitten!” riep een van de creoolse jongens die de auto stond te wassen, behulpzaam.  Nee vriend, helaas geen blote vrouwen te zien. Apple staat nog geen porno toe op de i-Pad, maar misschien reden te meer om in China een kloon te maken die dat wel doet.

Ondanks alle ruwheid biechten alle Surinamers uiteindelijk toch stiekem hun ontzag en bewondering op voor zoveel doorzettingsvermogen, opoffering en zelfbeheersing. En de Chinezen weten ook wel dat de strijd en hun offers tijdelijk zijn en hun kinderen een betere toekomst zullen krijgen.  En dat resulteert in een vreemde symbiose tussen bevolkingsgroepen die weten dat ze elkaar uiteindelijk nodig hebben en eigenlijk ook allemaal hetzelfde willen uit het leven: een betere toekomst voor henzelf en hun kinderen.

Maar elke strijd heeft z’n slachtoffers en er blijven altijd wel deelnemers achter die op een gegeven moment alleen nog maar in staat zijn een mijl in de verte te staren. Ook onder de schijnbaar onverwoestbare  Chinezen.

 

 

Voor achtergrondinformatie is gebruik gemaakt van:
Tjon Sie Fat, P.B. Chinese New Migrants in Suriname. The Inevitability of Ethnic Performing. Universiteit van Amsterdam, 2009.

1 Enlightened Reply

Trackback  •  Comments RSS

  1. Janneke schreef:

    Interessante observaties en goed beschreven. Zou zelf eens naar Suriname moeten gaan om het in het echt te beleven.

Post a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Los het sommetje op Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.

Top