Kersten verkocht: de inzet is meer dan een gebouw

Kersten Paramaribo

 

 

 

 

 

 

 

Ergens in de jaren zeventig, als kind jonger dan vijf jaar, ben ik mijn moeder kwijtgeraakt tussen een bos van wandelende mensen benen. Ik kwam toen niet veel hoger dan de knie van een volwassene en raakte volledig in paniek. Bij het zien van die paniek stopte het benen bos onmiddelijk met bewegen.  Uit de hoogte daalden een paar vrouwengezichten naar beneden, vol troostende woorden:  “Ooh, Wat is er?” Bijna tegelijkertijd dook van achteren mijn moeder op, pakte mij bij mijn hand vast en lachte verontschuldigend naar de bezorgde vrouwen met een uitstraling van: niets aan de hand, doorlopen mensen.  Dit gebeurde in het grootste, mooiste en indrukwekkendste warenhuis van Paramaribo: Kersten.

Het ontstaan van Warenhuis Kersten

De Duitse kleermaker Christoph Kersten reisde in 1765 af naar Suriname om als missionaris voor de Evangelische (Moravische) broeders te gaan werken. Die waren sinds 1735 actief in Suriname via de Evangelische Broedergemeente (EBG).  In 1768 kocht Christoph namens de EBG een stuk grond naast de kerk, waar hij en zijn broeders het kleermakersvak konden uitoefenen. Dit bedrijf groeide uit tot warenhuis C. Kersten & Co., het oudste warenhuis op het Westelijk halfrond, volgens het bedrijf zelf.

Kersten, het modernste en best gesorteerde warenhuis, met eigen supermarkt, loopbrug boven de straat en eigen parkeergarage. Tot begin jaren 80 DE plek waar je moest zijn. Daarna begonnen de Schaarstes. In het grote warenhuis waar je schijnbaar eindeloos in kon rondlopen, liep je tegen steeds meer blinde muren aan. Witgeverfde houten schotten om de ruimte kleiner te maken, omdat er steeds minder te koop was. Totdat het warenhuis zo klein was geworden, dat je er niet meer naar toe ging.

Vergane glorie

In de jaren 90 is de ruimte opnieuw ingedeeld en verhuurd aan zelfstandige winkeliers. Het is geen groot succes geworden. De allure van vroeger is nooit teruggekeerd. Paramaribo heeft ondertussen een alternatief met veel meer parkeergelegenheid, winkeloppervlak en allure, althans allure volgens moderne Surinaamse begrippen: de Hermitage Mall.  Volgens goed gebruik midden in een woonwijk neergezet, met lak aan het woongenot van de buurtbewoners.

Eind 2012 is de huurders van de winkeltjes plotseling meegedeeld dat ze moesten vertrekken.  In oktober van 2013 werd bekend dat de Moravian Church Foundation (MCF), de stichting die de zakelijke activiteiten van de broedergemeente  in verschillende landen beheert, zowel grond als historisch pand heeft verkocht.  “Het bestuur is de laatste jaren bezig met een scherpe scheiding tussen kerk en zaken. Dat moest wel om slagvaardiger te kunnen managen”, aldus de directeur van de MCF al in 2004.  Kennelijk is de MCF tot de conclusie gekomen dat renovatie van het pand niet opweegt tegen de opbrengsten van de winkelverhuur.

Wie de kopers zijn en welke bedoelingen die hebben, is niet duidelijk. Volgens de geruchten gaat het om Chinezen. Dezelfde Chinezen die zoveel mogelijk panden opkopen en er onooglijke stenen dozen van winkels in de plaats voor neerzetten, vol goedkope producten van veelal inferieure kwaliteit. Is een dergelijk icoon bij dit soort lui wel in goede handen, vraag je je onmiddellijk af.

Kennelijk vroeg de EBG Suriname zich dit ook af en is men acties begonnen in de hoop daarmee de verkoop ongedaan te maken. Van protestmarsen tot handtekeningenacties. Geleid door prominenten in de samenleving, zoals parlementslid Carl Breeveld, zelf lid van de EBG.

Kenmerkend voor de stand van de samenleving

Er staat eigenlijk veel meer op het spel dan de verkoop van een warenhuis met een geschiedenis die teruggaat tot 1768. Het is de slinkse, kortzichtige en ondoorzichtige manier waarop de Kerkelijke stichting MCF is omgegaan met een icoon van meer dan 200 jaar oud. Dit is illustratief voor de manier waarop met algemene belangen en instituten wordt omgesprongen. Van de leefbaarheid van woonwijken, het milieu, de historische binnenstad, het onderwijs, de instituten van de overheid. Tot en met het begrip rechtvaardigheid zelf. Allemaal vallen ze stuk voor stuk ten prooi aan grenzeloze hebzucht en de macht van geld.

Het zou een klein lichtpuntje zijn, wellicht een keerpunt zelfs, als het de EBG lukt het warenhuis te behouden en weer een plaats in de samenleving te geven. Maar vooralsnog ziet het er slecht uit. Een actie heeft tot nu toe slechts 3.000 handtekeningen opgeleverd. Zowel de bestuurlijke als de ondernemende elite van het land houden zich muisstil.

Misschien is het ook wel de realiteit. Waarschijnlijk interesseert het merendeel van de bevolking zich niet voor het functioneren van hun instituten en behoud van cultureel erfgoed.  Niemand heeft het hen geleerd waarom dat belangrijk is, dus kwalijk nemen kun je ze eigenlijk ook niet. Zoals iemand opmerkte in een discussieforum over dit onderwerp: “Waarom niet gewoon slopen? in het buitenland sloopt men toch ook en bouwt men moderne gebouwen? Dat is toch vooruitgang?”.

In de naam van vooruitgang

Inderdaad, het is maar wat je onder vooruitgang verstaat. Maar klaag dan ook niet wanneer er naast je huis uit het niets een kolossaal bedrijfspand verrijst dat je het leven in je eigen huis onmogelijk maakt. Of je kinderen geen goed onderwijs hebben en je belastinggeld verdwijnt in de molen van een corrupte overheid. Dat hoort immers bij die vorm van “vooruitgang”, die neerkomt op een ieder voor zich, ten koste van de rest.

Voor het gebouw dat voor zoveel generaties Surinamers een icoon is geweest, rest waarschijnlijk het lot van zoveel monumentale panden in historisch Paramaribo: de nieuwe eigenaren zullen het versneld verder laten verkrotten tot het vanzelf instort en er een betonnen doos vol airco’s voor in de plaats komt. In de naam van vooruitgang.

Post a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Los het sommetje op Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.

Top